Vertaling Frans

Het frans (Français) behoort tot de Romaanse talen, omdat het uit het Latijn is voortgekomen. Het frans wijkt echter op een groot aantal punten van de andere Romaanse talen af. Ten eerste kent het frans een verregaande afslijting van morfologische uitgangen. Ten tweede heeft het frans een groot aantal brekingen en klankverschuivingen, die al in het Oudfrans optraden en in het Middelfrans nog verder zijn geëvolueerd. Ten derde heeft het een licht Keltisch substraat (terug te vinden in een woord als quatre-vingts, "tachtig", letterlijk "vier-twintigen"; in de Keltische talen telt men in twintigtallen) en een vrij ingrijpend Germaans, vooral Frankisch, superstraat, dat zich onder meer uit in de dubbele ontkenningen ne ... pas, ne ... rien, ne ... personne, ne ... jamais enz.

Geschiedenis
De oudste Franstalige geschriften dateren uit de 9e eeuw. Het oudste document in het frans is de Eed van Straatsburg, die blijkbaar door het gewone volk begrepen moest worden. Vanaf de 12e eeuw kan van een literaire cultuur gesproken worden; de Gouden Eeuw van het frans was de 17e eeuw, vooral door de literaire werken van Corneille, Racine en Molière. In de 18e eeuw maakte het Latijn in wetenschappelijke publicaties steeds meer plaats voor het Frans, wat de helderheid en precisie van de taal zelf ten goede kwam. Men deelt de historische ontwikkelingsfasen van het het frans als volgt in:

Oudfrans (ongeveer tot de 13e eeuw);
Middelfrans (tot de 16e eeuw)
Nieuwfrans.
De moderne Franse spelling stamt, net als de Engelse, grotendeels uit het einde van de Middeleeuwen; omdat de uitspraak sindsdien is veranderd, is de schrijfwijze tegenwoordig verre van fonetisch. Ze vertelt ons dan ook meer over de situatie in de Middeleeuwen, toen alle eindletters nog werden uitgesproken (filles klonk dus zoals het geschreven werd), de ai en de oi nog wijde tweeklanken waren en de ou meer als oow klonk (evenals de Middelnederlandse oe in boec!).

De meeste Franse teksten tot aan de 14e eeuw zijn gesteld in de zuidelijke dialecten, het Occitaans dus.

In het Edict van Villers-Cotterêts, dat in 1539 is opgesteld, werd het frans als verplichte taal voor het bestuur ingesteld. Dit werkte in het voordeel van de Langue d'Oïl, de noordelijke variant van het Frans, want het noordelijke Parijs was toen allang het nationale bestuurscentrum.


Vervoegingen
Het frans kent, zoals alle Romaanse talen, meer werkwoordstijden, niet alleen in de grammaticale regels, maar ook in de praktijk dan het Nederlands, terwijl hulpwerkwoorden minder gebruikt worden. De passé simple is geheel onbekend in het Nederlands, de subjonctif ( aanvoegende wijs) wordt in de praktijk in het Nederlands nauwelijks gebruikt. Er zijn dus veel meer persoonsvormen, waarvan de onregelmatige verbuigingen een zekere beruchtheid hebben bij het onderwijs in het frans als vreemde taal. Ook het bestaan van vier verschillende families regelmatige werkwoorden (eindigend op -er, -ir, oir en -re) is een extra complicatie ten opzichte van bijv. Nederlands, Engels en Duits. Dat er websites voor werkwoordsvervoegingen zijn, wijst erop dat de Fransen er zelf ook moeite mee hebben. Hieronder staan de vervoegingen van de belangrijke onregelmatige werkwoorden être (zijn) en avoir (hebben) voor vier tijden.

Huidige taal:  
Vertalen naar:  
Aantal woorden: