Vertaling Japans
Het japans (Nihongo) wordt gesproken door ongeveer 127 miljoen mensen in Japan en immigranten in o.a. Brazilië, de Verenigde Staten en Peru.Geschiedenis
Het japans heeft vier duidelijke tijdperken gekend.
Oud-Japans: Het japans van voor de 8e eeuw
Vroeg-Japans: Het japans van de 9e tot de 11e eeuw
Middel-Japans: Het japans van de 12e tot de 16e eeuw
Modern-Japans: Het japans vanaf de 16e eeuw tot heden
Relatie met andere talen
Er is geen duidelijke relatie met andere talen, maar sommige linguïsten denken dat het japans een lid is van de Altaïsche taalfamilie en sommigen denken dat het verwant is aan het Koreaans. Weer anderen denken dat het japans een Austronesisch substraat heeft met een Altaïsch superstraat.
In ieder geval is duidelijk dat de grammaticale structuur van het japans overeenkomt met die van de Altaïsche talen. Voor bijvoorbeeld Turkstaligen, zou het hierdoor makkelijker kunnen zijn om japans te leren dan voor Nederlandstaligen. Het Oud-japans lijkt een vocaalharmonie te hebben hoewel dit maar deels te bewijzen is. De meningen over hoeveel klinkers het Oud-japans had en hoe die zich tot elkaar verhielden lopen uiteen. Over het algemeen wordt aangenomen dat het Moderne japans geen vocaalharmonie kent.
De taal kent erg veel Chinese leenwoorden, maar is ook doorspekt met andere buitenlandse, en dan met name Engelse leenwoorden. Er zijn ook pseudo-Engelse woorden die zelf niet in het Engels bestaan, de zogenaamde wasei-eigo (和製英語). Bijvoorbeeld mai-kaa (my car) in de betekenis van een eigen persoonlijke auto. NG (no good) gebruikt om taboes/blunders aan te geven. Een interessant voorbeeld is hanbaagu en hanbaagaa, allebei afgeleid van het Engelse hamburger, maar bij het eerste woord gaat het alleen maar om het vlees en bij het tweede om het vlees tussen het broodje. Sommige zijn in het Engels overgenomen zoals karaoke, walkman en famikon. Er zijn ook Nederlandse leenwoorden uit het Nederlands in het japans zoals koohii (
Taalniveaus
Het japans is in linguïstische kringen bekend om zijn representatieve sociale structuur, met het verschil van mannelijke en vrouwelijke variaties en de verschillende niveaus van rangen. Er zijn drie taalniveaus: laag, gewoon en hoog. Laag gebruikt men tegenover sprekers van lagere rang, hoog tegenover hoger geplaatsten. Tegenover de werkgever spreekt men een heel ander type japans dan tegenover collega's. (Overigens is het japans hierin niet uniek: ook het Javaans en het Soendaas bijvoorbeeld kennen een dergelijk onderscheid.)
Dialecten
Er zijn enkele dialecten in het japans die sterk verschillen van de standaardtaal die wordt gesproken in Tokio. De talen van de Riukiu-eilanden in het uiterste westen van Japan zijn wel gerelateerd aan het Japans, maar worden beschouwd als een op zichzelf staande talengroep.
Schrift
Er zijn geschriften teruggevonden uit de 8e eeuw, waarin men nog de Chinese Hanzi-karakters gebruikte. Verondersteld wordt dat Boeddhistische monniken het schrift meebrachten uit China. Tegenwoordig wordt het japans geschreven met een mengsel van drie schriften, namelijk het Hiragana-alfabet, het Katakana-alfabet en Kanji. Kanji is afgeleid van het Chinese Hanzi en verschilt daarvan nauwelijks: duizenden karakters zijn nog altijd gelijk aan de Chinese.
Het japans is een sterk agglutinerende taal. Dit wil zeggen dat men woorden aan elkaar schrijft; in het Japanse schrift kent men geen spaties. In gesproken taal kan men wel individuele "woorden" herkennen, maar in principe kent het japans het begrip "woord" niet; Een hele zin wordt geschreven alsof het één woord zou zijn.
De Japanse grammatica is ten opzichte van Westerse talen volkomen anders. Op het eerste oog lijkt de Japanse grammatica simpel, maar er zit een flink aantal haken en ogen aan. Het eerste dat opvalt binnen de Japanse grammatica is dat er geen onderscheid is tussen enkelvoud en meervoud. Ook geslacht speelt geen rol binnen de grammatica. Daarnaast worden onderwerpen vaak in zinnen weggelaten, wat tot vreselijke verwarring kan leiden indien men een gesprek niet van begin tot eind volgt.
Maar het grootste kenmerk van de Japanse grammatica is wel het feit dat men werkwoorden vrijwel per definitie aan het einde van een zin zet. Waar de Nederlandse taal werkwoorden tamelijk vroeg in een zin zet, zet het japans deze aan het einde van een zin. Zo wordt het Nederlandse zinnetje: Ik woon in Nederland, in het Japans: Watashi-wa Oranda-ni sundeimasu. Daarbij is "sundeimasu" het werkwoord.